<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Jurriën Hemstede Archieven - Brantjes Advocaten</title>
	<atom:link href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/category/jurrien-hemstede/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/category/jurrien-hemstede/</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 10 Sep 2024 09:55:58 +0000</lastBuildDate>
	<language>en-GB</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>Per 1 juli 2016 treedt de Wet Huis voor klokkenluiders in werking</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wet-huis-voor-klokkenluiders-in-werking/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 01 Jun 2016 09:45:01 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=2100</guid>

					<description><![CDATA[<p>Veel organisaties hebben nog geen interne regeling getroffen voor klokkenluiders. De wetgever brengt hier per 1 juli 2016 verandering in. Zo moet het mogelijk worden (grote) misstanden binnen de organisatie aan de kaak te stellen zonder gevaar voor verlies van je baan of benadeling op een andere manier.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wet-huis-voor-klokkenluiders-in-werking/">Per 1 juli 2016 treedt de Wet Huis voor klokkenluiders in werking</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Veel organisaties hebben nog geen interne regeling getroffen voor klokkenluiders. De wetgever brengt hier per 1 juli 2016 verandering in. Zo moet het mogelijk worden (grote) misstanden binnen de organisatie aan de kaak te stellen zonder gevaar voor verlies van je baan of benadeling op een andere manier.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">In het verleden is het meerdere malen voorgekomen dat een werknemer in de problemen is gekomen, omdat hij melding had gemaakt van een misstand binnen zijn organisatie. Met de nieuwe <em>Wet Huis voor klokkenluiders</em> wordt getracht werknemers meer bescherming te bieden. Organisaties die tenminste vijftig werknemers in dienst hebben, zijn vanaf 1 juli 2016 verplicht een interne procedure vast te stellen voor het omgaan met het melden van een (vermoeden) van een misstand binnen de organisatie, de meldregeling.</span></p>
<h2><span style="color: #333333;">Interne en externe meldingen</span></h2>
<p><span style="color: #333333;">Er kan op twee wijzen melding worden gedaan van een misstand, intern en extern. De interne mogelijkheid heeft de voorkeur omdat organisaties zo zelf in staat worden gesteld een oplossing te zoeken voor de misstand. Voor het geval het doorlopen van de interne procedure niet mogelijk is of niet tot verbetering zal leiden, bestaat per 1 juli 2016 het bestuursorgaan het Huis voor klokkenluiders als onderdeel van de Nationale ombudsman. Het Huis voor klokkenluiders krijgt de taak te <em>adviseren</em> en te <em>onderzoeken</em>. De werknemer c.q. de melder kan het Huis voor klokkenluiders bij verzoekschrift vragen een onderzoek in te stellen naar een misstand. De organisatie is in dat geval verplicht haar medewerking te verlenen aan het onderzoek.</span></p>
<h2><span style="color: #333333;">Wijzigingen in wetten na invoering van de Wet Huis voor klokkenluiders</span></h2>
<p><span style="color: #333333;">In het kader van de Wet Huis voor klokkenluiders wordt onder meer Titel 10 Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aangepast alsmede de Wet op de ondernemingsraden. De wijzigingen worden hieronder opgesomd:</span></p>
<p><span style="color: #333333;"><u>Wijziging Boek 7:</u></span></p>
<p><span style="color: #333333;"><em>Nieuw is artikel 7:658c dat als volgt komt te luiden:</em></span></p>
<p><span style="color: #333333;"><em>â€œ</em><em>De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer te goeder trouw en naar behoren een melding heeft gedaan bij de werkgever of het Huis voor klokkenluiders, van een vermoeden van een misstand.â€</em></span></p>
<p><span style="color: #333333;"><u>Wijziging Wet op de ondernemingsraden (WOR):</u></span></p>
<p><span style="color: #333333;">Voor bepaalde besluiten heeft een ondernemer de instemming van de onderne­mingsraad nodig voordat hij deze kan nemen. De invoering van een interne regeling voor klokkenluiders betreft een dergelijk besluit (artikel 27 WOR).</span></p>
<p><span style="color: #333333;"><em>Aan artikel 27 WOR wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:</em></span></p>
<p><span style="color: #333333;"><em>â€œ</em><em>m. een procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders;</em><em>â€</em></span></p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>, jurist bij Brantjes Advocaten.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wet-huis-voor-klokkenluiders-in-werking/">Per 1 juli 2016 treedt de Wet Huis voor klokkenluiders in werking</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Transitievergoeding verschuldigd bij ontslag en benoeming op dezelfde datum?</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/transitievergoeding-verschuldigd-bij-ontslag-en-benoeming-op-dezelfde-datum/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 19 Apr 2016 09:49:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1958</guid>

					<description><![CDATA[<p>In deze casus is de vraag aan de orde of de transitievergoeding verschuldigd is in geval van opzegging van de arbeidsovereenkomst onder het gelijktijdig sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever voor een andere functie.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/transitievergoeding-verschuldigd-bij-ontslag-en-benoeming-op-dezelfde-datum/">Transitievergoeding verschuldigd bij ontslag en benoeming op dezelfde datum?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In deze casus is de vraag aan de orde of de transitievergoeding verschuldigd is in geval van opzegging van de arbeidsovereenkomst onder het gelijktijdig sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever voor een andere functie.</p>
<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Werkneemster is sinds 1 januari 2002 in dienst als lerares. In januari 2013 heeft werkneemster zich ziek gemeld en op 23 oktober 2014 heeft zij een WIA uitkering aangevraagd. Vervolgens heeft het UWV geoordeeld dat werkneemster vanaf 11 juni 2015 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering. Werkneemster is voor 48,49% arbeidsongeschikt bevonden.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat werkneemster zal gaan werken als onderwijsassistente in plaats van lerares met een werktijdfactor van 0,8 waar dit eerder 1,0 was. Haar nieuwe functie als onderwijsassistent is overigens een functie met een betrekkingsomvang die overeenkomt met haar restvaliditeit.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">In het verleden werd binnen de arbeidsverhoudingen in het onderwijs gesproken van <em>benoemingen</em> en <em>ontslagen bij akte</em> in plaats van het respectievelijk aangaan of opzeggen van een arbeidsovereenkomst. Het betreffende schoolbestuur hanteerde dan ook deze &#8216;ouderwetse&#8217; termen bij de door partijen overeengekomen constructie, die als volgt werd vormgegeven:</span></p>
<p><span style="color: #333333;">-op 13 juli 2015 werd een akte van ontslag aan werkneemster verleend. In deze akte staat vermeld dat haar met ingang van 1 augustus 2015 ontslag wordt verleend wegens langdurige arbeidsongeschiktheid;</span></p>
<p><span style="color: #333333;">-vervolgens werd op diezelfde 13e juli aan werkneemster een akte van benoeming verleend waarin zij per 1 augustus 2015 werd benoemd tot onderwijsassistente.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Nadat aan bovengenoemde constructie uitvoering werd gegeven stelt werkneemster zich op het standpunt dat er sprake is van een opzegging zijdens werkgever en dat om deze reden de transitievergoeding verschuldigd zou zijn. Hierop verzoekt werkneemster de kantonrechter om haar werkgever te veroordelen tot (onder meer) betaling van de transitievergoeding welke in geval van werkneemster € 51.135,14 bedraagt.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De werkgever stelt zich op het standpunt dat geen transitievergoeding verschuldigd is omdat er geen sprake is van een ontslag en er aldus nimmer is opgezegd. De werkgever geeft bovendien aan dat er sprake is van een herbenoeming en dat &#8216;de akte van ontslag&#8217;, die overigens slechts als formaliteit is afgegeven, slechts zag op de functie en niet op de organisatie.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Bij beantwoording van de vraag of in de onderhavige situatie een transitievergoeding verschuldigd is, geeft de kantonrechter aan dat de discussie zich in deze casus toespitst op de vraag of de arbeidsovereenkomst is beëindigd en daarna een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan, ofwel dat de arbeidsovereenkomst niét is beëindigd maar in gewijzigde vorm is voortgezet.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter volgt de werkgever in haar standpunt dat de arbeidsovereenkomst door de akte van ontslag niet is opgezegd. Feitelijk is de arbeidsovereenkomst niet beëindigd en opnieuw aangegaan, maar ononderbroken voortgezet (zij het onder gewijzigde voorwaarden). De stelling van werkneemster dat de arbeidsovereenkomst met de akte van ontslag is opgezegd, wordt dan ook van de hand gewezen omdat met de eerder genoemde aktes uitsluitend de herplaatsing binnen de organisatie werd vormgegeven. â€œWezen gaat voor schijnâ€ aldus de kantonrechter.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter trekt vervolgens, onder verwijzing naar de Memorie van Toelichting bij de Wet Werk en Zekerheid, ten aanzien van de transitievergoeding de conclusie dat de transitievergoeding niet is bedoeld voor situaties waarin enkel sprake is van een herplaatsing (die overigens aansluit bij de re-integratieverplichtingen van de werkgever uit de van toepassing zijnde cao). â€œ<em>In de Memorie van Toelichting, waar partijen ook naar verwijzen, is te lezen dat de transitievergoeding enerzijds bedoeld is als compensatie voor het ontslag en anderzijds om de werknemer met behulp van de hiermee gemoeide financiële middelen in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. De arbeidsovereenkomst is niet beëindigd en van een transitie naar een andere baan is dus ook geen sprake</em>.â€</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De slotsom is dat de kantonrechter het verzoek van werkneemster afwijst.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Kantonrechter Rotterdam, 5 januari 2016, gepubliceerd op 4 april 2016.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">ECLI:NL:RBROT:2016:2465</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/transitievergoeding-verschuldigd-bij-ontslag-en-benoeming-op-dezelfde-datum/">Transitievergoeding verschuldigd bij ontslag en benoeming op dezelfde datum?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>&#8216;Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties&#8217; gepubliceerd</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/handreiking-beoordelingskader-overeenkomsten-arbeidsrelaties/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 07 Mar 2016 12:35:33 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1862</guid>

					<description><![CDATA[<p>Per 1 mei 2016 verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (de "VAR"). Overlegging van een VAR door een opdrachtnemer voorkomt dat de opdrachtgever loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. De opdrachtgever wordt dus gevrijwaard tegen naheffingen van loonbelasting en premies. Hoe zal een overeenkomst in de toekomst worden beoordeeld? De Belastingdienst publiceerde recent een handreiking voor het beoordelingskader.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/handreiking-beoordelingskader-overeenkomsten-arbeidsrelaties/">&#8216;Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties&#8217; gepubliceerd</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Per 1 mei 2016 verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (de &#8220;VAR&#8221;). Overlegging van een VAR door een opdrachtnemer voorkomt dat de opdrachtgever loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. De opdrachtgever wordt dus gevrijwaard tegen naheffingen van loonbelasting en premies.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Nu de VAR zal verdwijnen, kunnen partijen (opdrachtgever en opdrachtnemer) gebruik maken van een voorbeeldovereenkomst ter voorkoming van misverstanden over de status van de overeenkomst. Dit is echter niet verplicht. In gevallen waarin de opdrachtgever en opdrachtnemer dit wensen, bestaat ook nog de mogelijkheid om in vooroverleg een standpunt van de Belastingdienst te vragen.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De recent gepubliceerde</span> <a href="http://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/handreiking_beoordelingskader_dba_dv10301z1ed.pdf">Handreiking DBA </a><span style="color: #333333;">(&#8216;Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties&#8217;) bevat het beoordelingskader dat de Belastingdienst gebruikt bij de beantwoording van de vraag of een voorgelegde overeenkomst gevolgen heeft voor de loonheffingen. De toets die de Belastingdienst hierbij aanlegt, haakt aan bij de reeds in de wet en jurisprudentie genoemde elementen die bepalen of een overeenkomst al dan niet kan worden getypeerd als een arbeidsovereenkomst. Daarbij blijven de volgende elementen van groot belang; &#8216;gezag&#8217;, &#8216;persoonlijke arbeid&#8217; en &#8216;loon&#8217;. De Handreiking is slechts een beoordelingskader op hoofdlijnen. In concrete situaties kan nader onderzoek nodig zijn aan de hand van de relevante rechtsbronnen, zoals wetsgeschiedenis en jurisprudentie.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/handreiking-beoordelingskader-overeenkomsten-arbeidsrelaties/">&#8216;Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties&#8217; gepubliceerd</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Uitspraak over de bedenktermijn</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/uitspraak-bedenktermijn/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 17 Feb 2016 13:21:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1518</guid>

					<description><![CDATA[<p>Met de invoering van de WWZ heeft een werknemer de mogelijkheid gekregen een getekende beëindigingsovereenkomst binnen veertien dagen na ondertekening schriftelijk buitengerechtelijk te ontbinden. Dit kan eenvoudig met een brief aan de werkgever.<br />
In een zaak bij de rechtbank Rotterdam was de vraag aan de orde of een werkgever gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een e-mail van de gemachtigde van een werknemer waarin wordt berust in een eerder ondertekende vaststellingsovereenkomst.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/uitspraak-bedenktermijn/">Uitspraak over de bedenktermijn</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Met de invoering van de WWZ heeft een werknemer de mogelijkheid gekregen een getekende beëindigingsovereenkomst binnen veertien dagen na ondertekening schriftelijk buitengerechtelijk te ontbinden. Dit kan eenvoudig met een brief aan de werkgever.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">In een zaak bij de rechtbank Rotterdam was de vraag aan de orde of een werkgever gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een e-mail van de gemachtigde van een werknemer waarin wordt berust in een eerder ondertekende vaststellingsovereenkomst.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Werknemer was sinds 1999 in dienst bij de werkgever. In augustus 2015 heeft de werkgever het vertrouwen in werknemer opgezegd en in dat verband is de werknemer geschorst. Partijen zijn daarna met elkaar in gesprek gegaan over een beëindiging met wederzijds goedvinden en in dat kader heeft werkgever aan werknemer een voorstel gedaan.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Op 22 september 2015 heeft werknemer de definitieve versie van de vaststellingsovereenkomst op zijn huisadres ontvangen. De overeenkomst is vervolgens door werknemer gedateerd en ondertekend op 28 september 2015. Partijen spraken een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2016 af.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Op 9 oktober 2015 (elf dagen na 28 september 2015) geeft de gemachtigde van werknemer aan werkgever te kennen dat werknemer gebruik maakt van de bedenktermijn in de zin van artikel 7:670b lid 2 BW met als gevolg dat de vaststellingsovereenkomst van 28 september 2015 wordt ontbonden. Werkgever geeft in zijn reactie aan niet akkoord te zijn met de ingeroepen ontbinding van de overeenkomst.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Na enige correspondentie heen en weer geeft de gemachtigde van de werknemer op 3 november 2015 aan werkgever per e-mail te kennen: â€œ<em>Mijn cliënt heeft laten weten te berusten in de eerder ondertekende vaststellingsovereenkomst. Hij gaat ervan uit dat conform de vaststellingsovereenkomst zal worden gehandeld en blijven gehandeld.â€</em></span></p>
<p><span style="color: #333333;">Kennelijk &#8211; de inhoud van het vonnis geeft hier geen informatie over &#8211; is werknemer het niet eens met de laatste e-mail van de gemachtigde. Hij vordert in kort geding doorbetaling van zijn salaris en wedertewerkstelling op grond van het feit dat hij binnen de in artikel 7:670b lid 2 BW genoemde termijn van veertien dagen, de vaststellingsovereenkomst per brief heeft ontbonden op 9 oktober 2015.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Werkgever reageert met de stelling dat de vordering van werknemer dient te worden afgewezen omdat hij het bedenkrecht te laat heeft ingeroepen. Volgens werkgever zijn partijen reeds op 22 september 2015 tot overeenstemming gekomen toen de gemachtigde van werknemer zich akkoord verklaarde met de inhoud van de overeenkomst. De veertien dagen zouden dan ook al verlopen zijn op 9 oktober 2015.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter oordeelt dat 28 september 2015 (moment van ondertekening) heeft te gelden als het moment waarop de bedenktermijn van veertien dagen is gaan lopen en dat werknemer aldus op tijd gebruik heeft gemaakt van zijn bedenkrecht. De kantonrechter geeft hierbij echter aan dat dit gegeven de werknemer niet kan baten. De werkgever heeft immers gerechtvaardigd mogen vertrouwen op de mededeling van de gemachtigde van werknemer dat hij berustte in de eerder ondertekende vaststellingsovereenkomst (de e-mail van 3 november 2015). Het verweer van werknemer dat hij geen opdracht tot deze mededeling heeft gegeven, doet daar niet aan af, aldus de kantonrechter Rotterdam.</span></p>
<p><span style="color: #333333;"><a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2016:996">Rechtbank Rotterdam (voorzieningenrechter), 10 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:996</a></span></p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede,</a> jurist bij Brantjes Advocaten.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/uitspraak-bedenktermijn/">Uitspraak over de bedenktermijn</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>ZZP&#8217;ers blijken arbeidsovereenkomst te hebben met PostNL</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/zzpers-blijken-arbeidsovereenkomst-te-hebben-met-postnl/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 28 Dec 2015 09:14:14 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1432</guid>

					<description><![CDATA[<p>Bij PostNL werken pakketbezorgers op basis van een arbeidsovereenkomst of op basis van een overeenkomst van opdracht. Deze laatste overeenkomst wordt door PostNL een â€œVervoersovereenkomstâ€ genoemd. Een grote groep van deze pakketbezorgers zijn zzp'ers (zelfstandige zonder personeel) en â€œverhurenâ€ zichzelf aan PostNL.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/zzpers-blijken-arbeidsovereenkomst-te-hebben-met-postnl/">ZZP&#8217;ers blijken arbeidsovereenkomst te hebben met PostNL</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Bij PostNL werken pakketbezorgers op basis van een arbeidsovereenkomst of op basis van een overeenkomst van opdracht. Deze laatste overeenkomst wordt door PostNL een â€œVervoersovereenkomstâ€ genoemd. Een grote groep van deze pakketbezorgers zijn zzp&#8217;ers (zelfstandige zonder personeel) en â€œverhurenâ€ zichzelf aan PostNL. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">Om het even welke naam partijen aan de betreffende overeenkomst hebben gegeven, is de kantonrechter Haarlem recent in twee gevallen tot het oordeel gekomen dat de betreffende Vervoersovereenkomst feitelijk dient te worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Al vaker werd de door PostNL gebruikte zzp-constructie bekritiseerd. Deze kritiek zag voornamelijk op het feit dat de betreffende pakketbezorgers door de zzp-constructie geen arbeidsrechtelijke bescherming genieten. PostNL hoeft immers geen rekening te houden met het ontslagrecht en is niet gebonden aan een CAO. Dit brengt mee dat vrijwel alle beschermende elementen uit het arbeidsrecht in de door PostNL gebruikte zzp-constructie niet van toepassing zijn. Dit zou volgens sommigen een kwalijke zaak zijn omdat de constructie een uitholling van de arbeidsrechtelijke bescherming zou betekenen. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">In beide zaken, die vrijwel identiek zijn, is er een geschil ontstaan tussen de pakketbezorger die op basis van een Vervoersovereenkomst werkzaamheden verricht, en PostNL. De klachten hielden verband met de uitvoering van de werkzaamheden. Om deze reden zegt PostNL de Vervoersovereenkomst met de pakketbezorger op. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">De pakketbezorger wendt zich tot de kantonrechter en verzoekt om een verklaring voor recht inhoudende dat er tussen hem en PostNL sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de opzegging c.q. het gegeven ontslag vernietigbaar is. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">Met verwijzing naar enkele baanbrekende arresten (voetnoot 1) zet de kantonrechter het toetsingskader voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel een overeenkomst van opdracht uiteen. Lezing van voornoemde arresten leidt de kantonrechter tot de volgende hoofdvraag: Op welke wijze hebben partijen feitelijk uitvoering gegeven aan de overeenkomst? De kantonrechter geeft antwoord op deze vraag door invulling te geven aan de volgende begrippen: beloning, ondernemingsrisico, investeringsrisico, aard van de arbeid, instructiebevoegdheid en mate van zelfstandigheid. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter weegt vervolgens de verschillende feitelijke omstandigheden en oordeelt dat hoewel sommige aspecten duiden op zelfstandig ondernemerschap, de conclusie moet worden getrokken dat de overeenkomst tussen PostNL en de pakketbezorger gekwalificeerd moet worden als een arbeidsovereenkomst. De onderstaande overwegingen zijn hierbij doorslaggevend. De gedetailleerde wijze waarop PostNL instructies geeft ten aanzien van de uitvoering van het werk en op de naleving daarvan toeziet, laat naar oordeel van de kantonrechter zo weinig ruimte voor eigen invulling dat ondernemingsvrijheid nagenoeg geheel ontbreekt. Tot die vrijheid behoort het in elk geval ten dele naar eigen inzicht kunnen uitvoeren van de werkzaamheden en invloed kunnen uitoefenen op te behalen resultaten. Die mogelijkheid is er immers niet of nauwelijks. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">Van groot belang was voorts het feit dat de pakketbezorger net als veel van de andere pakketbezorgers uitsluitend voor PostNL rijdt, en dat het hem niet was toegestaan tegelijkertijd vervoerswerkzaamheden voor andere opdrachtgevers uit te voeren. Ook het vereiste dat de pakketbezorger aan zijn kleding en bus herkenbaar moest zijn als medewerker van PostNL speelt een belangrijke rol. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">PostNL voert nog aan dat werken voor één opdrachtgever niet automatisch tot de conclusie hoeft te leiden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. In deze stelling wordt PostNL nog gevolgd. Echter in dit geval verstrekt PostNL zeer strakke kaders waarbinnen de werkzaamheden dienen te worden verricht. Daar komt bij dat vanwege de economische afhankelijkheid van de pakketbezorgers er bijna geen ruimte is om over die kaders te onderhandelen. Hierdoor ontstaat eerder het beeld van een gezagsverhouding dan dat van zelfstandig ondernemerschap, aldus de kantonrechter. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">De door PostNL gekozen constructie leidt naar het oordeel van de kantonrechter tot een zodanige economische afhankelijkheid en gebrek aan zelfstandigheid van de pakketbezorger, dat hij als werknemer en niet als zelfstandig ondernemer dient te worden beschouwd. De conclusie is dan ook dat nu sprake is van een arbeidsovereenkomst, de opzegging hiervan zoals deze door PostNL is gedaan, in strijd is met artikel 7:671 BW. Om deze reden vernietigt de kanonrechter de opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1 BW. </span></p>
<p><span style="color: #333333;">Rechtbank Noord Holland, kantonrechter Haarlem, 18 december 2015 </span></p>
<p><span style="color: #333333;">ECLI:NL:RBNHO:2015:11226 en ECLI:NL:RBNHO:2015:11232 </span></p>
<p><span style="color: #333333;">[1] Groen/Schoevers (NJ 1998/149), ABN AMRO/Mahli (NJ 2003/124), Diosynth/Groot (NJ 2005/239), Thuiszorg Rotterdam/PGGM (NJ 2007/449) en De Gouden Kooi (NJ 2011/594) en recentelijk HR 9 oktober 2015 (JAR 2015/277).</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>, jurist bij Brantjes Advocaten.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/zzpers-blijken-arbeidsovereenkomst-te-hebben-met-postnl/">ZZP&#8217;ers blijken arbeidsovereenkomst te hebben met PostNL</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Kantonrechter Amsterdam ontbindt arbeidsovereenkomst op grond van de &#8220;h-grond&#8221; gelegen in een verschil van inzichten</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/kantonrechter-amsterdam-ontbindt-arbeidsovereenkomst-op-grond-van-de-h-grond-gelegen-in-een-verschil-van-inzichten/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 14 Dec 2015 09:03:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1439</guid>

					<description><![CDATA[<p>Een arbeidsovereenkomst kan op verzoek van een werkgever slechts worden ontbonden indien er sprake is van een â€œredelijke grondâ€ voor ontbinding en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is, of niet in de rede ligt.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/kantonrechter-amsterdam-ontbindt-arbeidsovereenkomst-op-grond-van-de-h-grond-gelegen-in-een-verschil-van-inzichten/">Kantonrechter Amsterdam ontbindt arbeidsovereenkomst op grond van de &#8220;h-grond&#8221; gelegen in een verschil van inzichten</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Een arbeidsovereenkomst kan op verzoek van een werkgever slechts worden ontbonden indien er sprake is van een â€œredelijke grondâ€ voor ontbinding en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is, of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 onderdeel c t/m h BW zijn de volgende redelijke gronden vermeld waarop de kantonrechter een arbeidsovereenkomst kan ontbinden:</span></p>
<p><span style="color: #333333;"> c: regelmatig ziek, met voor het bedrijf onaanvaardbare gevolgen</span><br />
<span style="color: #333333;">d: disfunctioneren</span><br />
<span style="color: #333333;">e: verwijtbaar handelen of nalaten</span><br />
<span style="color: #333333;">f: ernstige gewetensbezwaren</span><br />
<span style="color: #333333;">g: verstoorde arbeidsverhouding</span><br />
<span style="color: #333333;">h: andere omstandigheden</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De hierboven genoemde redelijke gronden zijn specifiek opgesomd en dienen bovendien volledig â€œvoldragenâ€ te zijn alvorens de kantonrechter de ontbinding kan uitspreken. Vóór 1 juli 2015 kon de kantonrechter immers nog op grond van bij elkaar opgetelde redenen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitspreken, terwijl die op zichzelf niet voldoende waren voor een ontbinding.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Sinds 1 juli 2015 is er in meerdere procedures tevergeefs getracht een onvoldragen grond op te voeren als een zogenaamde â€œh-grondâ€; (de hierboven genoemde â€œandere omstandighedenâ€). Er werd om deze reden veel gespeculeerd over de reikwijdte van de â€œh-grondâ€. De kantonrechter Amsterdam heeft hier inmiddels meer duidelijkheid over verschaft. Op 2 december 2015 heeft hij namelijk een arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van de â€œh-grondâ€; gelegen in een verschil van inzichten ten aanzien van de uitvoering van de werkzaamheden.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Het ging om een werknemer die sinds 1 juni 2014 in dienst was als directeur bij zijn werkgever. Naar aanleiding van vele klachten over het functioneren van de werknemer is hij vanaf februari 2015 onder begeleiding van een coach zijn werkzaamheden gaan verrichten met als doel een verbetering in zijn functioneren te bewerkstelligen. Toen er geen verbetering optrad, heeft werkgever op 11 juni 2015 besloten te streven naar een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Vervolgens werd op 24 juni 2015 aan werknemer te kennen gegeven dat het bestuur geen vertrouwen meer had in een vruchtbare samenwerking.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Toen ook een poging om tot beëindiging met wederzijds goedvinden te komen was mislukt, wendde de werkgever zich tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a. jo 7:669 lid 3, onderdeel d. en/of g. en/of h. BW (respectievelijk disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding en andere omstandigheden).</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van een redelijke grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Zo zou werknemer ongeschikt zijn als directeur. De directeur dient namelijk het beleid te bepalen en leiding te geven aan de uitvoering. Werknemer was niet in staat gebleken het beleid van de stichting te bedenken en uit te voeren. Voorts zou het werknemer aan leiderschapskwaliteiten ontbreken. Ook kwamen er vanaf het najaar 2014 veel klachten van medewerkers over het gebrek aan leiderschap, visie, besluitvorming, communicatie en tijdige opvolging. Ook voert werkgever aan dat het bestuur de problemen in het functioneren tijdig heeft onderkend en dat zij heeft aangespoord verbeteringen door te voeren en bovendien had het bestuur vanaf februari 2015 de hulp van een coach aangeboden. Dit alles heeft echter niet mogen baten, aldus de werkgever.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Het verweer van de werknemer komt er op neer dat hij juist uitstekend zou functioneren en bovendien exceptioneel goed is. Het bestuur zou zich niet voldoende hebben gerealiseerd hoe goed werknemer daadwerkelijk is. Hij verwijt het bestuur dan ook dat het die lacune niet bij zich zelf heeft opgemerkt. In plaats daarvan zou het bestuur zich hebben gericht op onderdelen van de functie van werknemer die niet de essentie van het functioneren raken. Primair zou volgens werknemer het verzoek al afgewezen moeten worden omdat de kritiek niet het zwaartepunt van de werkzaamheden van werknemer zou raken. En subsidiair zou hebben te gelden dat werkgever onvoldoende onderbouwing heeft gegeven van de stelling dat sprake is van een redelijke grond en bovendien zou ook van andere gronden niet zijn gebleken.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter achtte dat er geen sprake was van disfunctioneren (d-grond) en/of een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Wel constateert hij in bovenstaande standpunten een verschil van inzicht tussen partijen over de wijze waarop de werknemer aan zijn functie als directeur inhoud dient te geven. Gezien de stelling van werknemer dat het bestuur zich onvoldoende realiseert hoe goed hij eigenlijk is en er sprake is van een gebrek aan inzicht bij het bestuur op die eigen lacune, is de kantonrechter van oordeel dat dit wederzijds bestaande verschil van inzicht dusdanig groot is dat het niet reëel is te verwachten dat een verbetertraject hier verandering of verbetering in zal brengen. De kantonrechter oordeelt dat om deze reden sprake is van â€œandere omstandighedenâ€ (de zogenaamde h-grond) en oordeelt bovendien (onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis) dat deze grond voldragen is. De door werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden leveren aldus een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel h. BW.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Rechtbank Amsterdam, 02-12-2015, 4447011 EA VERZ 15-966, 4550475 EA VERZ 15-1110, 4550847 EA VERZ 15-1111</span><br />
<span style="color: #333333;">ECLI:NL:RBAMS:2015:8600</span><br />
<span style="color: #333333;">http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8600&amp;keyword=%22NL%3aRBAMS%3a2015%3a8600%22</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>, jurist bij Brantjes Advocaten.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/kantonrechter-amsterdam-ontbindt-arbeidsovereenkomst-op-grond-van-de-h-grond-gelegen-in-een-verschil-van-inzichten/">Kantonrechter Amsterdam ontbindt arbeidsovereenkomst op grond van de &#8220;h-grond&#8221; gelegen in een verschil van inzichten</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Geen transitievergoeding bij in dienst houden werknemer</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/geen-transitievergoeding-bij-in-dienst-houden-werknemer/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 07 Dec 2015 09:14:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1441</guid>

					<description><![CDATA[<p>Als gevolg van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) geldt na 1 juli 2015 dat een werkgever in beginsel verplicht is ook een transitievergoeding te betalen aan werknemers die 104 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zijn geweest wegens ziekte en waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, bijvoorbeeld omdat er geen zicht is op herstel en werkhervatting in de bedongen arbeid in aangepaste vorm niet mogelijk is. Naar aanleiding hiervan is bij werkgevers de vraag gerezen of het mogelijk is deze werknemers in dienst te houden (een zogenaamd â€œslapend dienstverbandâ€) om zo te voorkomen dat er een transitievergoeding verschuldigd wordt.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/geen-transitievergoeding-bij-in-dienst-houden-werknemer/">Geen transitievergoeding bij in dienst houden werknemer</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Als gevolg van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) geldt na 1 juli 2015 dat een werkgever in beginsel verplicht is ook een transitievergoeding te betalen aan werknemers die 104 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zijn geweest wegens ziekte en waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, bijvoorbeeld omdat er geen zicht is op herstel en werkhervatting in de bedongen arbeid in aangepaste vorm niet mogelijk is. Naar aanleiding hiervan is bij werkgevers de vraag gerezen of het mogelijk is deze werknemers in dienst te houden (een zogenaamd â€œslapend dienstverbandâ€) om zo te voorkomen dat er een transitievergoeding verschuldigd wordt.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter Rotterdam heeft op 6 november 2015 geoordeeld dat dit wel degelijk is toegestaan. De zaak laat zich in het kort als volgt samenvatten.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Een werkneemster was sinds 2 juli 2013 arbeidsongeschikt. Op 24 april 2015 heeft het UWV beslist dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid op het moment van aanvraag op 0,0% is vastgesteld. Feit is dat haar eigen functie als schoonmaakster niet langer passend is, maar dat zij voor andere passende arbeid volledig arbeidsgeschikt is. Op enig moment heeft werkgeefster werkneemster een beëindigingsvoorstel gedaan. Het voorstel werd echter niet door werkneemster geaccepteerd. Daarna besluit werkneemster in kort geding een vordering in te stellen strekkende tot veroordeling van werkgeefster tot opzegging van het dienstverband ex artikel 7:669 lid 3 sub b BW. Het belang bij deze vordering is logischerwijs gelegen in de verkrijging van een transitievergoeding. Bovendien stelt zij dat het niet van goed werkgeverschap zou getuigen af te zien van een beëindiging met het doel de transitievergoeding te omzeilen. Immers er rest op deze wijze slechts een inhoudsloze arbeidsovereenkomst, aldus werkneemster.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter volgt echter de werkgeefster in haar stelling dat zij niet tot opzegging kan worden gedwongen. Artikel 7:669 BW bepaalt immers is dat een werkgever kan opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en aldus niet verplicht is op te zeggen. De reden hiervoor mag ook gelegen zijn in het niet wensen te betalen van de transitievergoeding. De kantonrechter wijst nog wel op het risico dat werkneemster aanspraak kan maken op werkhervatting als er weer re-integratiemogelijkheden ontstaan.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Voorts, zo overweegt de kantonrechter, â€œpast het door [werkneemster] gevraagde niet in het huidige wettelijke systeem nu werkgeefster voor een rechtsgeldige opzegging een vooraf verkregen ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf nodig heeft. Onduidelijk is dan ook nog eens hoe de vordering van [werkneemster] in dit licht moet worden verstaan. Indien [werkneemster] in de onderhavige situatie beëindiging van het dienstverband wenst af te dwingen, met een aan haar toekomende vergoeding, dient zij al met al een ontbindingsverzoek ex artikel 7:671c BW in te dienen. Zij kan zich dan gronden op slecht werkgeverschap en een billijke vergoeding vorderenâ€.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Werkgevers dienen zich van tevoren juist te laten informeren of een slapend dienstverband in een specifieke situatie tot de mogelijkheden behoort. Indien u vragen heeft, kunt u uiteraard contact opnemen met onze arbeidsrecht advocaten.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Rechtbank Rotterdam, 6 november 2015<br />
</span><span style="color: #333333;">Zaaknummer 4517329 / VV EXPL 15-507<br />
</span><span style="color: #333333;">Niet gepubliceerd op rechtspraak.nl</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>, jurist bij Brantjes Advocaten.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/geen-transitievergoeding-bij-in-dienst-houden-werknemer/">Geen transitievergoeding bij in dienst houden werknemer</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Heeft werkgever nog belang bij voorwaardelijke ontbinding na oordeel dat ontslag op staande voet terecht is gegeven?</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/heeft-werkgever-nog-belang-bij-voorwaardelijke-ontbinding-na-oordeel-dat-ontslag-op-staande-voet-terecht-is-gegeven/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maurits van Buren]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 26 Oct 2015 13:42:45 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.brantjesadvocaten.nl/?p=1464</guid>

					<description><![CDATA[<p>Met inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid is ten aanzien van ontslag op staande voet het een en ander veranderd. In zijn blog van 18 september 2015 ging mijn kantoorgenoot Dennis Jolly hier al in detail op in. Ook onder het nieuwe ontslagrecht kan een werkgever na een gegeven ontslag op staande voet besluiten om voor de zekerheid een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen bij de kantonrechter voor het geval het ontslag op staande voet onverhoopt geen stand zal houden (een zogenoemd â€œvoorwaardelijkâ€ ontbindingsverzoek). Een werkgever kan daarmee een forse loonvordering voorkomen ingeval het ontslag op staande voet achteraf wordt vernietigd.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/heeft-werkgever-nog-belang-bij-voorwaardelijke-ontbinding-na-oordeel-dat-ontslag-op-staande-voet-terecht-is-gegeven/">Heeft werkgever nog belang bij voorwaardelijke ontbinding na oordeel dat ontslag op staande voet terecht is gegeven?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<section id="rechtsgebieden" class="services">
<div class="row">
<div class="ten columns offset-by-one">
<p><span style="color: #333333;">Met inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid is ten aanzien van ontslag op staande voet het een en ander veranderd. In zijn blog van 18 september 2015 ging mijn kantoorgenoot Dennis Jolly hier al in detail op in. Ook onder het nieuwe ontslagrecht kan een werkgever na een gegeven ontslag op staande voet besluiten om voor de zekerheid een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen bij de kantonrechter voor het geval het ontslag op staande voet onverhoopt geen stand zal houden (een zogenoemd â€œvoorwaardelijkâ€ ontbindingsverzoek). Een werkgever kan daarmee een forse loonvordering voorkomen ingeval het ontslag op staande voet achteraf wordt vernietigd.</span></p>
<h2><span style="color: #333333;">Gezamenlijke behandeling van verzoek vernietiging ontslag op staande voet en voorwaardelijk ontbindingsverzoek</span></h2>
<p><span style="color: #333333;">Anders dan voor 1 juli 2015 het geval was, kunnen het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet en het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkgever gezamenlijk in dezelfde procedure behandeld worden. Wat voor een gevolgen dit heeft voor de praktijk volgt goed uit een recente uitspraak van de kantonrechter Rotterdam die ik hierna bespreek.</span></p>
<h2><span style="color: #333333;">Casus</span></h2>
<p><span style="color: #333333;">Werknemer, de heer A, is werkzaam bij een welzijnsorganisatie. De betreffende welzijnsorganisatie telt acht locaties waarvoor twee â€œzakelijk leidersâ€ verantwoordelijk zijn; de heer A en de heer B. A en B zijn ieder verantwoordelijk voor vier vestigingen. Op een zeker moment raakt A arbeidsongeschikt en neemt B tijdelijk de taken van A over. In deze periode komt aan het licht dat A op heimelijke wijze gelden heeft onttrokken aan de welzijnsorganisatie. Zo heeft A winsten uit de bingo-opbrengst in eigen zak gestoken en heeft hij op meerdere zaterdagen zaaltjes van de welzijnsorganisatie verhuurd zonder dit in de boeken op te nemen. De welzijnsorganisatie ontslaat A op staande voet.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Niet veel later dient A bij de kantonrechter Rotterdam een verzoek tot vernietiging van het aan hem gegeven ontslag op staande voet in. A legt aan dit verzoek ten grondslag dat geen sprake zou zijn van een dringende reden en dat het ontslag niet onverwijld zou zijn gegeven.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De welzijnsorganisatie dient in reactie op het verzoek van A een tegenverzoek in dat kort gezegd strekt tot afwijzing van het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet. Ook verzoekt de welzijnsorganisatie de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden voor het geval het ontslag op staande voet geen stand zal houden. Dit verzoek wordt ingediend op grond van artikel 7:671b lid 1 onder a BW in verbinding met artikel 7:699 lid 3 (primair) onder e en (subsidiair) onder g BW (aldus primair verwijtbaar handelen door A en subsidiair een verstoorde arbeidsrelatie).</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter komt uiteindelijk tot de conclusie dat sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW. Het verzoek van A wordt dan ook afgewezen. Nu het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven door de welzijnsorganisatie, is de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze geëindigd.</span></p>
<h2><span style="color: #333333;">Ontslag op staande voet rechtsgeldig: is er nog belang bij voorwaardelijke ontbinding â€œvoor het geval datâ€?</span></h2>
<p><span style="color: #333333;">De vraag rijst nu welk belang er nog bestaat bij het door de welzijnsorganisatie ingediende voorwaardelijke verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De afwijzing van het verzoek van A heeft er immers toe geleid dat de arbeidsovereenkomst al is geëindigd op de datum waarop het ontslag op staande voet is gegeven.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter oordeelt als volgt:</span></p>
<p><span style="color: #333333;">â€œDe vraag die zich echter opdringt, is of [de welzijnsorganisatie] nog belang heeft bij haar voorwaardelijke ontbindingsverzoek, nu de afwijzing van het verzoek tot vernietiging meebrengt dat de arbeidsovereenkomst door het ontslag op staande voet naar het oordeel van de kantonrechter rechtsgeldig is beëindigd. Strikt genomen moet dus worden geconcludeerd dat niet is voldaan aan de aan het verzoek verbonden voorwaarde. Nu echter de onderhavige uitspraak niet onherroepelijk is, kan niet worden gezegd dat [de welzijnsorganisatie] geen te respecteren belang meer heeft bij de verzochte voorwaardelijke ontbinding.â€</span></p>
<p><span style="color: #333333;">De kantonrechter wijst het voorwaardelijke ontbindingsverzoek toe en ontbindt de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onder b (in de beschikking staat abusievelijk â€œaâ€; genoemd) BW. De kantonrechter doet dit zonder rekening te houden met de opzegtermijn die tussen partijen geldt omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van A. Dit laatste heeft bovendien ook tot gevolg dat de welzijnsorganisatie op grond van artikel 7:673 lid 7, onder c BW geen transitievergoeding verschuldigd is aan A.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Rechtbank Rotterdam, 28 september 2015<br />
</span><span style="color: #333333;">ECLI:NL:RBROT:2015:6923, gepubliceerd op 10 oktober 2015.<br />
</span><span style="color: #333333;">http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2015:6923&amp;amp;keyword=ECLI%3aNL%3aRBROT%3a2015%3a6923</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="color: #333333;">Hebt u een arbeidsrechtelijke vraag? <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/#contact">Neem dan contact met ons op</a>. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen? Meld u aan voor <a href="http://eepurl.com/-EPyH">onze periodieke legal updates</a> of volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/brantjes-advocaten">LinkedIn</a> en <a href="https://twitter.com/BrantjesAdv">Twitter</a>.</span></p>
<p><span style="color: #333333;">Deze blog is geschreven door <a href="https://www.linkedin.com/pub/jurrien-h-hemstede/7/419/a79">Jurriën Hemstede</a>, jurist bij Brantjes Advocaten.</span></p>
</div>
</div>
</section>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/heeft-werkgever-nog-belang-bij-voorwaardelijke-ontbinding-na-oordeel-dat-ontslag-op-staande-voet-terecht-is-gegeven/">Heeft werkgever nog belang bij voorwaardelijke ontbinding na oordeel dat ontslag op staande voet terecht is gegeven?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>WWZ noopt tot creativiteit bij rechters bij pro forma ontbindingen</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wwz-noopt-tot-creativiteit-bij-rechters-bij-pro-forma-ontbindingen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 07 Sep 2015 22:15:02 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://artdev.nl/brantjesadvocaten/?p=453</guid>

					<description><![CDATA[<p>Naast het sluiten van een vaststellingsovereenkomst om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan als werknemer en werkgever, was ook de route van de pro forma ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor 1 juli 2015, de datum met ingang waarvan het nieuwe ontslagrecht ingevolge de Wet werk en zekerheid (WWZ) in werking is getreden, een met enige regelmaat gekozen manier om uit elkaar te gaan.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wwz-noopt-tot-creativiteit-bij-rechters-bij-pro-forma-ontbindingen/">WWZ noopt tot creativiteit bij rechters bij pro forma ontbindingen</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Naast het sluiten van een vaststellingsovereenkomst om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan als werknemer en werkgever, was ook de route van de pro forma ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor 1 juli 2015, de datum met ingang waarvan het nieuwe ontslagrecht ingevolge de Wet werk en zekerheid (WWZ) in werking is getreden, een met enige regelmaat gekozen manier om uit elkaar te gaan. Bij een pro forma ontbinding zijn partijen het eens dat (en onder welke voorwaarden) de arbeidsovereenkomst dient te eindigen en verzoeken zij de kantonrechter de arbeidsovereenkomst formeel te ontbinden. Er zijn verschillende redenen om te kiezen voor een pro forma ontbinding. Zo levert een beschikking een werknemer een executoriale titel op die direct door de deurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd (wat praktisch is voor het geval de werkgever toch niet overgaat tot betaling van de ontbindingsvergoeding), en is een ontbindingsbeschikking nog steeds van belang ter behoud van het recht op een ziektewetuitkering indien wordt ontbonden tijdens de eerste twee jaar ziekte.</p>
<h2>WETGEVER WILDE EINDE MAKEN AAN PRO FORMA ONTBINDINGSPRAKTIJK</h2>
<p>Met de introductie van de WWZ heeft de wetgever kenbaar gemaakt dat voor een pro forma ontbinding naar zijn mening geen aanleiding bestaat. Het zou bovendien een te zware belasting zijn voor het rechterlijk apparaat. Ook zou de pro forma ontbinding haar nut hebben verloren doordat de vereisten voor het verkrijgen van een WW-uitkering niet meer zo streng zijn als vroeger, althans er wordt door het UWV minder snel aangenomen dat iemand verwijtbaar werkloos is.</p>
<h2>NOG STEEDS BEHOEFTE AAN PRO FORMA ONTBINDING</h2>
<p>De praktijk wijst echter uit dat er nog wel degelijk behoefte is aan een pro forma ontbinding. Zo zijn er sinds 1 juli 2015 meerdere beschikkingen afgegeven door kantonrechters waar overduidelijk sprake is van een pro forma ontbinding. Waar het voorheen mogelijk was in de pro forma procedure eenstemmig een vergoeding (inclusief de hoogte daarvan) en een datum voor beëindiging te verzoeken, is dit met de komst van de WWZ anders geworden. De vrijheid van een kantonrechter om partijen tegemoet te komen met het uitspreken van een pro forma ontbinding is aanmerkelijk beperkt. Dit geldt ten aanzien van de toe te kennen ontslagvergoeding (de transitievergoeding of een billijke vergoeding) maar ook bij het bepalen van de datum waartegen de rechter ontbindt (de tussen partijen geldende opzegtermijn dient in acht te worden genomen).</p>
<h2>AFWIJKING OPZEGTERMIJN</h2>
<p>De kantonrechter te Amersfoort had geen problemen mee om in afwijking van de wettelijke opzegtermijn te ontbinden: â€œ<em>Nu de verzochte eindigingsdatum verder weg ligt, kan dit deel van het verzoek worden toegewezen.</em>â€. Dit is opmerkelijk. De kantonrechter te Almelo dacht daar op dezelfde dag namelijk anders over: â€œ<em>Hierin [lees: In de parlementaire geschiedenis] is, naast de duidelijke wettekst, een opdracht aan de rechter te lezen die evidente afwijking van het wettelijk systeem niet lijkt toe te laten</em>.â€. Waarbij de rechter doelt op afwijking van de wettelijke opzegtermijn.</p>
<h2>AFWIJKING TRANSITIEVERGOEDING/BILLIJKE VERGOEDING</h2>
<p>Ten aanzien van een verzochte ontbindingsvergoeding kwam de kantonrechter in Rotterdam aan de wensen van de praktijk tegemoet toen partijen de kantonrechter verzochten een pro forma ontbinding uit te spreken onder toekenning van een vergoeding van € 125.000,-. Dit bedrag was veel hoger dan de transitievergoeding en bovendien hoger dan het jaarsalaris van de werknemer (de toe te kennen vergoeding mag thans maximaal € 75.000,- bedragen, dan wel maximaal een bruto jaarsalaris indien dit hoger is dan € 75.000,-). De kantonrechter onderkende dat er geen grondslag voor de verzochte vergoeding bestond maar wenste partijen tegemoet te komen in dezen. Hij deed dit op de volgende wijze: â€œ<em>Uit de stellingen van beide partijen blijkt dat genoemde vergoeding van € 125.000,- bruto de transitie te boven gaat [â€¦]. Voor afwijzing van de vergoeding bestaat naar het oordeel van de kantonrechter echter ook geen grond, nu uit de stellingen van partijen blijkt dat zij daarover overeenstemming hebben bereikt. De kantonrechter zal op na te melden wijze in het dictum van deze uitspraak melding maken van de tussen partijen op dit punt getroffen regeling</em>.â€</p>
<p>En overweegt in het dictum (onder meer):</p>
<p>â€œ<em>De kantonrechter:</em></p>
<p><em>verstaat dat verzoekster aan verweerder een vergoeding betaalt van € 125.000,- bruto, in welk bedrag de aanspraken van verweerder op de transitievergoeding begrepen zijn;</em>â€</p>
<p>Met opneming van bovenstaande overweging wordt op creatieve wijze tegemoet gekomen aan de wensen van de praktijk. Een jurist vraagt zich nu waarschijnlijk af hoe er met het oog op de executie van bovenstaande beschikking wordt omgegaan nu het geen â€œveroordelingâ€ bevat maar een â€œkennisnameâ€. Het lijkt mij niet mogelijk een partijafspraak te executeren nu dit geen veroordeling is. Daarmee lijkt tegelijkertijd een van de voordelen van de pro forma ontbinding, namelijk dat de beschikking een executoriale titel oplevert die direct door de deurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd, te zijn vervallen.</p>
<h2>BEDENKTIJD EN PRO FORMA ONTBINDING</h2>
<p>Tot besluit een laatste opmerking ten aanzien van de bedenktermijn. Indien tussen partijen in een vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt door middel van een pro forma ontbinding, heeft te gelden dat &#8216;partijen overeenstemming hebben over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst&#8217;, zodat sprake is van een bedenktermijn van veertien dagen. Je kan je afvragen wanneer deze termijn afloopt indien binnen de bedenktermijn pro forma door de rechter wordt ontbonden en de werknemer zich alsnog binnen de bedenktermijn bedenkt. In de memorie van antwoord Eerste Kamer bij het wetsvoorstel WWZ heeft de regering hier een duidelijk antwoord op gegeven. â€œ<em>In geval de ontbinding evenwel reeds wordt uitgesproken binnen deze termijn geldt dat de arbeidsovereenkomst inmiddels is geëindigd door ontbinding, zodat van een herroeping [â€¦] geen sprake meer kan zijn â€¦</em>â€œ. Het inroepen van de bedenktijd betekent dus niet dat daarmee de pro forma ontbinding komt te vervallen. Wel kan een werknemer uiteraard in hoger beroep gaan tegen de uitgesproken ontbinding.</p>
<p>Met belangstelling wordt door ons uitgekeken naar de ontwikkelingen op dit gebied. Er rijzen vragen ten aanzien van de wijze waarop verschillende kantonrechters met dergelijke verzoeken zullen omgaan en is een dergelijke oplossing bijvoorbeeld ook mogelijk met het oprekken van de opzegtermijn? Wij houden het in de gaten!</p>
<h2>PRO FORMA ONTBINDINGEN ONDER WWZ</h2>
<p>Rechtbank Amsterdam 30-7-2015<br />
Wel ontbonden, verzochte vergoeding niet toegewezen<br />
Rechtbank Amsterdam 10-8-2015<br />
Niet ontbonden, niet gebleken dat UWV ontslagvergunning heeft geweigerd<br />
Rechtbank Rotterdam 31-7-2015<br />
Wel ontbonden, vermelding in dictum ten aanzien van vergoeding (non-conform WWZ)<br />
Rechtbank Rotterdam 13-8-2015<br />
Wel ontbonden, vermelding in dictum ten aanzien van vergoeding (non-conform WWZ)<br />
Rechtbank Overijssel 30-7-2015<br />
Rechter twijfelt aan verlengen van opzegtermijn en wenst partijen eerst op zitting te ontvangen. De zaak is aangehouden. Later meer.<br />
Rechtbank Midden-Nederland 30-7-2015<br />
Ontbinding uitgesproken en de arbeidsovereenkomst ontbonden tegen een later tijdstip dan het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wwz-noopt-tot-creativiteit-bij-rechters-bij-pro-forma-ontbindingen/">WWZ noopt tot creativiteit bij rechters bij pro forma ontbindingen</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wat gebeurt er met een concurrentiebeding na faillissement?</title>
		<link>https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wat-gebeurt-er-met-een-concurrentiebeding-na-faillissement/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 14 Jul 2015 21:39:33 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Jurriën Hemstede]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://artdev.nl/brantjesadvocaten/?p=435</guid>

					<description><![CDATA[<p>Wanneer een onderneming failliet gaat wordt er een curator aangesteld en zegt hij in de regel de arbeidsovereenkomsten met de werknemers van de gefailleerde onderneming op (dit kan vrij probleemloos bij faillissement). Stel dat enkele van deze werknemers vervolgens aan de slag willen gaan bij de concurrent van de inmiddels failliete onderneming. Geen probleem, zou  [...]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wat-gebeurt-er-met-een-concurrentiebeding-na-faillissement/">Wat gebeurt er met een concurrentiebeding na faillissement?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer een onderneming failliet gaat wordt er een curator aangesteld en zegt hij in de regel de arbeidsovereenkomsten met de werknemers van de gefailleerde onderneming op (dit kan vrij probleemloos bij faillissement). Stel dat enkele van deze werknemers vervolgens aan de slag willen gaan bij de concurrent van de inmiddels failliete onderneming. Geen probleem, zou je kunnen denken. Maar hoe zit het nu als de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de inmiddels failliete onderneming een concurrentiebeding bevat? Kan de werknemer dan zomaar aan de slag bij de concurrent nadat zijn werkgever failliet is verklaard?</p>
<h2>HOOFDREGEL: CONCURRENTIEBEDING MOET WORDEN NAGEKOMEN</h2>
<p>De hoofdregel is dat een concurrentiebeding van kracht blijft, ook nadat het faillissement is uitgesproken. Er is geen regel waar de stelling op kan worden teruggevoerd dat een concurrentiebeding geen werking meer zou hebben na faillissement. Maar waarom? De betreffende werkgever is toch failliet?</p>
<h2>BELANGENAFWEGING</h2>
<p>De curator, die als taak heeft op te komen namens de schuldeisers van de failliet en bevoegd is de failliete onderneming te vertegenwoordigen, heeft in beginsel belang bij het handhaven van de concurrentiebedingen. Bijvoorbeeld in het geval de curator de exploitatie van een failliete onderneming wenst voort te zetten, door via het uitdienen van lopende contracten meer geld voor de failliete boedel op te halen of een zo goed mogelijke doorstart te realiseren. Al is het alleen maar om te voorkomen dat het opgebouwde bedrijfsdebiet van de onderneming dreigt te worden aangetast. Eigenlijk is er in een dergelijk geval geen verschil met een pre-faillissementsfase. Met andere woorden, het concurrentiebeding dient nog steeds hetzelfde doel. Namelijk het beschermen van de belangen van de onderneming.</p>
<p>Er zijn echter situaties denkbaar waarin een beroep op een concurrentiebeding door de curator niet zal slagen. Dit is het geval als een curator geen zelfstandig belang meer heeft bij instandhouding van het concurrentiebeding. Een simpel voorbeeld hiervan is die waarin de onderneming na faillissement volledig ophoudt te bestaan en een doorstart (van een bedrijfsonderdeel) bijvoorbeeld onmogelijk blijkt. In dit geval zijn er geen belangen meer over die bescherming behoeven door instandhouding van een concurrentiebeding.</p>
<h2>VOORBEELD: UITSPRAAK KANTONRECHTER ZWOLLE 10 JUNI 2015</h2>
<p>In een recente uitspraak heeft de kantonrechter echter geoordeeld dat de curator ook na een succesvolle doorstart geen zelfstandig belang meer heeft bij de handhaving van een concurrentiebeding. De kantonrechter overweegt: â€œ<em>Nadat de activiteiten van de failliete werkgever door de curator zelf zijn gestaakt, al dan niet omdat een doorstart is gerealiseerd, valt dit belang weg. Op dat moment heeft de curator geen zelfstandig belang meer bij de handhaving van het concurrentiebeding. De onderneming, inclusief de daartoe te rekenen goodwill en know how, bestaat niet meer dan wel is overgegaan naar de koper van de activa</em>â€.</p>
<p>Ook de koper van de failliete onderneming, die een bedrag had betaald voor &#8216;goodwill&#8217; en &#8216;know how&#8217; en daarmee een belang had bij instandhouding van de concurrentiebedingen, viste in deze zaak achter het net. De kantonrechter oordeelde dat de koper van de activa bij doorstart geen partij is bij een tussen de (failliete) werkgever en de werknemer overeengekomen concurrentiebeding. Bovendien is geen sprake van een overgang van onderneming waardoor de concurrentiebedingen mee over zouden gaan naar de nieuwe werkgever, zo bepaalt immers artikel 7:666 BW.</p>
<p><strong>CONCLUSIE</strong><br />
Concluderend kan gesteld worden dat een concurrentiebeding in beginsel gerespecteerd dient te worden bij faillissement. Een rechter zal echter altijd de belangen van de curator tegenover die van de werknemers moeten afwegen. In zijn belangenafweging dient een rechter mee te nemen of de instandhouding van het concurrentiebeding een zelfstandig belang van de curator dient. Als dat niet het geval is, dan kan dat aanleiding zijn om het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te vernietigen. De koper van de activa van de failliete onderneming kan in beginsel geen rechten doen gelden op basis van het met de werknemers van de failliete onderneming gesloten concurrentiebeding. Mogelijk zou de koper wel kunnen stellen dat het handelen van de ex-werknemers van de failliete onderneming onrechtmatig is, maar de bewijslast daarvoor ligt in de regel veel hoger dan bij een schending van een concurrentiebeding.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en/wat-gebeurt-er-met-een-concurrentiebeding-na-faillissement/">Wat gebeurt er met een concurrentiebeding na faillissement?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.brantjesadvocaten.nl/en">Brantjes Advocaten</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
